Nederland staat wereldwijd bekend als waterland. Toch is werken in de waterbouw bij veel jongeren nog onbekend. Om dat tij te keren, lanceren de Vereniging van Waterbouwers en het O&O-fonds Waterbouw de arbeidsmarktcampagne ‘Hou het lekker droog’.
“Geen overbodige luxe”, aldus Edwin Brinksma van O&O-fonds Waterfonds. “De uitdaging om Nederland waterveilig te maken en te houden wordt alleen maar groter. De komende jaren zijn veel nieuwe vakmensen nodig. De campagne is dan ook meerjarig, want als het zaadje eenmaal geplant is, moet je het ook water blijven geven.”

Met de campagne en het onderliggende platform kieswaterbouw.nl wil de sector jongeren tussen de 12 en 20 jaar laten zien hoe veelzijdig en maatschappelijk relevant het werk in de waterbouw is. Hoewel waterbouw een onmisbare rol speelt in Nederland, is het werkveld bij jongeren nog relatief onbekend. Veel scholieren hebben wel een beeld bij beroepen in de bouw of techniek, maar weten minder goed wat waterbouwers precies doen. “Daarom moeten we het zicht- en tastbaar maken, dan gaat het leven”, vertelt Erwin Holterhues van de Vereniging van Waterbouwers. “In deze sector werken vakmensen dagelijks aan projecten die direct invloed hebben op de veiligheid en leefbaarheid van Nederland. Van baggerwerk en kustverdediging tot havenontwikkeling en rivierprojecten. Het resultaat van het werk is daarmee concreet en herkenbaar in de directe omgeving van jongeren. Dat moeten we meer laten zien.” Tegelijkertijd biedt de sector goede carrièreperspectieven, van praktisch geschoolde specialisten tot hbo- en wo-opgeleide ingenieurs. “Ook dit benadrukken we in de campagne. We richten ons niet alleen op de jongeren zelf maar ook op hun ouders. Een goede toekomst voor hun kinderen spreekt hen aan. De sector biedt een zekere toekomst door de blijvende vraag naar waterbouwkundige expertise.”


Bijzonder aan de campagne is de brede samenwerking binnen de sector. Al in een vroeg stadium is de achterban, met specifiek ook communicatie- en HR-deskundigen uit de waterbouwsector betrokken bij de ontwikkeling. Door gezamenlijk op te trekken ontstaat niet alleen meer bereik, maar ook meer draagvlak binnen de sector zelf. Volgens Brinksma en Holterhues was die gezamenlijke aanpak essentieel. “Door verschillende organisaties te betrekken konden ervaringen, ideeën en inzichten worden samengebracht. Dat heeft geleid tot een campagne die strategisch is doordacht en aansluit bij de belevingswereld van jongeren. Het doel is niet alleen nieuwe instroom genereren, maar ook het imago van de sector versterken.”

De campagne is strategisch opgebouwd in drie fases: Touch, Tell en Sell. Elke fase heeft een eigen doel en sluit aan bij de manier waarop jongeren informatie verwerken. De eerste fase, Touch, draait om nieuwsgierigheid. In deze fase gaat het nadrukkelijk niet om uitleg of overtuiging. De boodschap blijft bewust open en prikkelend. Campagne-uitingen verwijzen wel naar kieswaterbouw.nl, maar vertellen het verhaal nog niet volledig. Door het ontbreken van uitleg ontstaat nieuwsgierigheid en worden jongeren uitgedaagd om zelf verder te ontdekken.
In de tweede fase, Tell, verschuift de focus van luchtig naar inhoudelijk. Hier wordt het verhaal achter de campagne zichtbaar en krijgen de eerste uitingen context en betekenis. Jongeren ontdekken welke beroepen er bestaan, welke opleidingen daarbij horen en welke rol waterbouw speelt in de maatschappij. De derde fase, Sell, richt zich op het omzetten van interesse in actie. Waar Touch nieuwsgierig maakt en Tell begrip en waardering opbouwt, helpt Sell jongeren bij het zetten van een volgende stap. Dat kan bijvoorbeeld een beroepentest zijn, een bezoek aan een open dag bij een maritieme of waterbouwkundige opleiding of het verdiepen in een stage of carrière in de sector.

Naast de online campagne zet de sector ook op andere manieren in op het enthousiasmeren van jongeren. Zo worden gastlessen gegeven op scholen, neemt de waterbouwsector deel aan onderwijsbeurzen en worden regelmatig projectbezoeken georganiseerd met jongeren. Door jongeren daadwerkelijk kennis te laten maken met het werkveld wordt de sector concreet en begrijpelijk.
De eerste reacties op de campagne zijn positief. De uitingen worden goed ontvangen en weten de aandacht van jongeren te trekken. Daarnaast blijkt dat de campagne ook binnen de sector zelf een effect heeft. Bedrijven geven aan dat de aandacht voor het vakgebied de trots op het werk versterkt.