‘Niet de kraan, maar de stroom wordt de bottleneck’
Bij SANY Cranes.Services is de elektrische hijskraan niet langer een uitzondering. Volgens Jack Donker is inmiddels ongeveer driekwart van de verkochte kranen volledig elektrisch. Daarmee verschuift de uitdaging van de techniek in de machine naar de energievoorziening en organisatie op de bouwplaats.
Drie jaar geleden was een elektrische hijskraan nog een onderwerp waarvoor veel uitleg nodig was. Inmiddels heeft SANY Cranes.Services zeven volledig elektrische modellen in het programma, van 50 tot 200 ton. Het gaat om telescoop- en vakwerkrupskranen die af fabriek elektrisch worden geleverd. “Die verkopen we heel goed”, zegt Jack. “Je merkt dat steeds meer bedrijven zien dat emissieloos werken geen verre toekomst meer is, maar een voorwaarde om werk te kunnen aannemen.”
De acceptatie bij machinisten helpt daarbij. Volgens Jack blijft de bediening vertrouwd, omdat de hydraulische functies en joysticks hetzelfde gevoel geven als bij een conventionele kraan. Het verschil zit vooral in de rust. “Machinisten zeggen: hij draait zoals ik verwacht, maar het is heerlijk rustig de hele dag.” De elektrische aandrijving produceert aanzienlijk minder geluid dan een dieselmotor, wat vooral op langdurige projecten een merkbaar verschil maakt.

De praktijk staat of valt volgens Jack met de beschikbare accucapaciteit. Een kraan moet een volledige werkdag kunnen draaien zonder dat de machinist tijdens het werk op de batterij hoeft te letten. SANY kiest daarom voor relatief ruime accupakketten. Bij normaal gebruik blijft aan het einde van de dag vaak nog ongeveer 45 procent capaciteit over.
Dat uitgangspunt is ook zichtbaar bij de grootste elektrische rupskraan in de showroom: de SANY SCC2000A-EV. Deze 200-tons kraan beschikt over een accupakket van 422 kWh. “Hijsen zelf kost relatief weinig energie”, legt Jack uit. “Maar rijden over een bouwplaats vraagt veel vermogen.”
Accuwissels ziet hij niet als de oplossing. De pakketten werken met hoge spanning en mogen niet zomaar worden af- en aangekoppeld, alleen door bevoegde monteurs. Bovendien kost het wisselen in de praktijk vaak meer tijd dan laden. SANY Cranes.Services leidt daarom niet alleen machinisten, maar ook monteurs op in het veilig werken met elektrische techniek.
De grootste beperking is volgens Jack vaak niet de kraan, maar de beschikbare bouwstroom. Met een 32A-aansluiting kan een kraan ’s nachts in circa zes à zeven uur worden geladen. Op veel locaties is echter slechts 16A beschikbaar, terwijl juist meerdere elektrische machines tegelijk moeten laden.
Als de netaansluiting tekortschiet, kunnen externe accupakketten uitkomst bieden. Die functioneren als mobiele elektrische energievoorziening en kunnen elders met DC-snellaadtechniek worden geladen. Zo kan de kraan op locatie blijven en hoeft niet de hele machine naar een laadpunt.

Voor Jack is service minstens zo bepalend als de elektrische aandrijving. “Onze verkoop valt en staat met service”, zegt hij. SANY Cranes.Services werkt vanuit vier servicepunten in Nederland en heeft in Sassenheim een eigen onderdelenmagazijn. Daarmee wil de dealer bij onderhoud, storing of schade snel kunnen schakelen. De lijnen met de fabriek zijn kort; Jack vertelt dat ook SANY-engineers regelmatig op het Nederlandse kantoor aanwezig zijn. Dat is belangrijk voor klanten die een relatief nieuwe aandrijftechniek in hun materieelpark opnemen.
Bij aflevering worden machines onafhankelijk gekeurd en kunnen zowel machinisten als monteurs een opleiding volgen. Voor elektrische kranen omvat die onder meer het veilig spanningsvrij maken van de machine. Volgens Jack helpt die combinatie van lokale service, onderdelen op voorraad en technische ondersteuning ook financiers over de streep. Waar leasemaatschappijen eerder aarzelden over restwaarde en schadeafhandeling, ziet hij dat vertrouwen nu toenemen.
Ook de terughoudendheid bij financiers neemt volgens Jack af. Lease-maatschappijen waren aanvankelijk voorzichtig met de restwaarde van Chinese machines, maar zien inmiddels dat service, onderdelenvoorziening en schadeafhandeling goed zijn georganiseerd. “Bedrijven willen vooral een kraan waarop ze kunnen vertrouwen en waarmee ze de hele dag hun werk kunnen doen”, zegt hij. “Als dat elektrisch kan, wordt de keuze steeds logischer.”
Jack ziet echter nog wel spanning buiten de bouwplaats. Eind 2025 startte de Europese Commissie, na een klacht van Europese producenten, een antidumpingonderzoek naar de import van nieuwe mobiele kranen uit China. Het onderzoek omvat zelfrijdende kranen vanaf 30 ton, op banden én rupsen. In februari 2026 werden de betreffende importen onder registratie geplaatst. Dat is nog geen definitieve importheffing; het onderzoek loopt nog.
Volgens Jack voelt de procedure als een poging van gevestigde Europese merken om de opmars van Chinese fabrikanten af te remmen. Hij wijst erop dat opdrachtgevers steeds vaker emissieloos materieel eisen, terwijl het aanbod aan volledig elektrische hijskranen vooralsnog beperkt is. SANY levert die machines volgens hem al af fabriek, in plaats van als ombouwvariant. “Men wil nou eenmaal een product dat zij niet kunnen leveren”, stelt hij. De vraag is volgens Jack dan ook hoe Europese ambities voor emissieloos bouwen zich verhouden tot handelsmaatregelen die de toegang tot dat materieel kunnen bemoeilijken.