Drinkwaterplein brengt drinkwaterbedrijven naar het hart van de infrasector
Een glas water uit de kraan lijkt vanzelfsprekend. Achter die simpele handeling gaat echter een omvangrijke infrastructuur schuil van bronnen, winvelden, zuiveringsinstallaties, pompstations, reservoirs en duizenden kilometers leiding. Een systeem dat dag en nacht moet functioneren, maar steeds verder onder druk komt te staan. De vraag groeit, bronnen raken vervuild, de ondergrond wordt voller en klimaatverandering maakt de beschikbaarheid van zoet water minder voorspelbaar.
Tegen die achtergrond krijgt de Nederlandse drinkwatersector tijdens InfraTech 2027 voor het eerst een eigen gezamenlijke ontmoetingsplek. Op het nieuwe Drinkwaterplein in hal 3 presenteren Nederlandse drinkwaterbedrijven zich gezamenlijk. Onder meer Waternet, PWN, Vitens en branchevereniging Vewin werken aan de inhoudelijke invulling.
Het concrete programma is nog in ontwikkeling. Toch is de gezamenlijke komst naar Rotterdam Ahoy op zichzelf al veelzeggend. De drinkwatervoorziening is niet langer uitsluitend een vraagstuk voor watertechnologen en bronbeheerders. Het is steeds nadrukkelijker een ruimtelijke, infrastructurele en maatschappelijke opgave.

Bedrijven uit de drinkwaterketen waren al langer aanwezig op InfraTech. Nieuw is dat nu ook de publieke drinkwaterbedrijven zelf gezamenlijk positie innemen. Daarmee komt naast het Waterschapsplein een tweede belangrijk deel van de watersector herkenbaar op de beursvloer te staan.
Dat past bij de verbreding van InfraTech. Tijdens de vorige editie kwamen ruim 23.000 bezoekers naar Rotterdam Ahoy. Aannemers, ingenieursbureaus, leveranciers, gemeenten, provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat treffen er elkaar. Juist die combinatie maakt de beurs interessant voor drinkwaterbedrijven. Voor uitbreiding en vernieuwing van hun infrastructuur zijn zij immers afhankelijk van vrijwel alle partijen die daar rondlopen.
Een nieuwe winning of zuiveringsinstallatie ontstaat niet zonder vergunningen, ruimtelijke procedures, civiel ontwerp, installatietechniek en uitvoeringscapaciteit. Een transportleiding raakt aan wegen, spoorlijnen, waterkeringen, natuurgebieden en stedelijke herinrichting. Zelfs een ogenschijnlijk reguliere vervanging van een leiding vraagt afstemming met gemeenten, netbeheerders, rioolbeheerders en omwonenden.
Het Drinkwaterplein kan daarmee de fysieke plek worden waar een sector die grotendeels ondergronds en achter de schermen opereert, aansluiting zoekt bij de bredere inframarkt.

De urgentie is groot. De tien drinkwaterbedrijven produceren gezamenlijk jaarlijks ongeveer 1,2 miljard kubieke meter drinkwater. Zonder aanvullende maatregelen dreigt in 2030 een tekort aan circa 102 miljoen kubieke meter productiecapaciteit. Alle drinkwaterbedrijven hebben voor die tijd extra capaciteit nodig; enkele lopen nu of op korte termijn al tegen grenzen aan.
Om dat te voorkomen is tijdens de vorige editie van InfraTech in 2025 het Actieprogramma Beschikbaarheid Drinkwaterbronnen 2023-2030 gepresenteerd. Het programma bevat plannen voor veertien regio’s en afspraken tussen drinkwaterbedrijven, provincies, het Rijk, gemeenten en waterbeheerders. De uitvoering blijkt echter complex. Nieuwe bronnen moeten worden gevonden en beschermd, vergunningen moeten worden verleend en productielocaties, reservoirs en leidingen moeten worden uitgebreid.
Daarbij concurreren drinkwaterbelangen met woningbouw, landbouw, natuur, energie en economische ontwikkeling. Procedures kennen lange doorlooptijden, terwijl het realiseren van nieuwe winningen en infrastructuur eveneens jaren kost. De huidige situatie betekent niet dat er morgen nergens meer water uit de kraan komt. Wel wordt de ruimte om groei, droge perioden of incidenten op te vangen kleiner als projecten niet tijdig van de grond komen.
Voor de GWW-sector vertaalt die capaciteitsopgave zich in een groeiende stroom aan ontwerp-, bouw- en renovatieprojecten. Niet alleen voor leidingen, maar ook voor innamepunten, puttenvelden, pompstations, zuiveringen en opslagvoorzieningen.

Tegelijkertijd staat de kwaliteit van de bronnen onder druk. Grond- en oppervlaktewater bevatten steeds vaker resten van bestrijdingsmiddelen, meststoffen, medicijnen, PFAS en andere moeilijk afbreekbare stoffen. De Inspectie Leefomgeving en Transport constateert dat het steeds moeilijker wordt om de hoge kwaliteit van het Nederlandse drinkwater vast te houden.
Klimaatverandering versterkt dat probleem. In droge perioden is minder rivierwater beschikbaar om verontreinigingen te verdunnen en neemt de kans op verzilting toe. Tijdens warme zomers loopt de watertemperatuur op, terwijl hevige neerslag riooloverstorten en vervuiling van oppervlaktewater kan veroorzaken.
Drinkwaterbedrijven kunnen veel stoffen uit het water verwijderen, maar iedere extra zuiveringsstap vraagt installaties, energie, chemicaliën en investeringen. Bovendien ligt er een principiële vraag: hoeveel technische zuivering is nog redelijk wanneer vervuiling aan de bron niet wordt voorkomen?
Het RIVM-onderzoek naar de drinkwatervoorziening van de toekomst laat zien dat na 2030 mogelijk ook andere bronnen nodig zijn, zoals brak grondwater. Op langere termijn worden zelfs zeewater en gezuiverd afvalwater genoemd. Daarvoor zijn nieuwe zuiveringstechnieken, aangepaste regelgeving en opnieuw infrastructurele voorzieningen nodig. Bescherming van bestaande bronnen blijft daarom minstens zo belangrijk als het ontwikkelen van alternatieven.

Ook het distributienet vormt een forse opgave. De drinkwaterbedrijven beheren samen meer dan 120.000 kilometer leidingen en ruim acht miljoen aansluitingen. De gemiddelde leeftijd van het leidingnet ligt rond de veertig jaar. Veel leidingen kunnen, mits zij ongestoord in de bodem liggen, tientallen jaren mee. Van een landelijk versleten netwerk is dan ook geen sprake. Het Nederlandse lekverlies behoort met ongeveer vijf procent zelfs tot de laagste van Europa.
Toch moeten leidingen worden uitgebreid, verlegd en op termijn vervangen. Dat gebeurt in een ondergrond die steeds drukker wordt. Elektriciteitskabels, warmtenetten, riolering, glasvezel en andere infrastructuur vragen allemaal ruimte. Bomen, klimaatadaptatie en nieuwe funderingen leggen aanvullende claims.
Voor drinkwater speelt bovendien de temperatuur een rol. Warmtenetten kunnen nabijgelegen drinkwaterleidingen opwarmen en daarmee de waterkwaliteit beïnvloeden. Zulke raakvlakken maken duidelijk waarom afstemming niet pas kan beginnen wanneer de sleuf al openligt. Drinkwater moet vanaf de planvorming onderdeel zijn van gebiedsontwikkelingen en herinrichtingsprojecten.
Een wijkgerichte aanpak, gezamenlijke meerjarenplanning en betere uitwisseling van areaaldata kunnen voorkomen dat dezelfde straat meerdere keren wordt opgebroken of leidingen voortijdig moeten worden vervangen. Daar ligt een directe verbinding met aannemers, ingenieursbureaus, gemeenten en andere netbeheerders.
Alleen nieuwe infrastructuur bouwen is niet voldoende. Ook de vraag moet omlaag. Het landelijke doel is om het huishoudelijke gebruik in 2035 terug te brengen naar maximaal 100 liter per persoon per dag. Het gemiddelde daalde de afgelopen jaren al van ongeveer 125 naar 118 liter, maar er is dus nog een flinke stap nodig. Ook zakelijke gebruikers moeten in 2035 twintig procent minder drinkwater gebruiken.
Besparing raakt eveneens de bouw- en infrasector. Denk aan regenwateropvang, grijswatersystemen, waterbesparende installaties en het gebruik van andere waterkwaliteiten voor industriële processen, reiniging of beregening. De uitdaging is om zulke oplossingen veilig, betaalbaar en op grotere schaal toepasbaar te maken. Dat vraagt om technische innovatie, maar ook om standaarden en heldere afspraken over beheer en verantwoordelijkheden.

Hoewel het programma van het Drinkwaterplein nog niet vaststaat, laten de voorbereidingen van InfraTech al zien waar de inhoudelijke verbindingen liggen. Het kennisprogramma wordt opgebouwd rond zes thema’s: Vervanging & Renovatie, Ondergrondse Infra, Klimaat & Verduurzaming, Digitalisering, Human Capital en Mobiliteit & Logistiek.
Binnen Vervanging & Renovatie ligt de nadruk op een systeembenadering, ketenverantwoordelijkheid en meer standaardisatie. Bij Ondergrondse Infra staan de schaarse ruimte, wijkgericht werken en de regierol van gemeenten centraal. Klimaatadaptatie, data-uitwisseling, digital twins, cyberweerbaa
rheid en het tekort aan technisch personeel lopen daar dwars doorheen.
Niet al deze onderwerpen zullen automatisch op het Drinkwaterplein landen. Ze vormen wel precies de omgeving waarin drinkwaterbedrijven de komende jaren moeten opereren. Ook wordt in de voorbereiding nadrukkelijk gezocht naar samenwerking met het Waterschapsplein en andere publieke opdrachtgevers. Het actuele programma van InfraTech wordt richting de beurs verder aangevuld.

De meerwaarde van het plein zal uiteindelijk afhangen van de inhoud. Een verzameling bedrijfsverhalen alleen doet geen recht aan de omvang van de opgave. Interessanter wordt het wanneer drinkwaterbedrijven gezamenlijk laten zien welke projecten eraan komen, waar zij tegenaan lopen en welke kennis en capaciteit zij van de markt nodig hebben.
Aannemers en ingenieursbureaus kunnen op hun beurt duidelijk maken welke standaardisering, contractvormen en langjarige projectprogrammering nodig zijn om capaciteit vrij te maken. Leveranciers kunnen innovaties tonen op het gebied van lekdetectie, sleufloze technieken, modulaire zuivering, slimme meters en data. Overheden kunnen afspraken maken over vergunningen, ruimtelijke reserveringen en integrale planning.
Daarmee kan het Drinkwaterplein meer worden dan een etalage. Het kan uitgroeien tot een werkplaats waar een vitale sector samen met de inframarkt oplossingen ontwikkelt. Want betrouwbaar drinkwater begint niet bij de kraan. Het begint bij de keuzes die vandaag worden gemaakt over bronnen, ruimte, infrastructuur en samenwerking.