Chris van Veldhuizen – Directeur-bestuurder van vakvereniging Het Zwarte Corps (HZC)
Als vakbond voor personeel in onder andere bouw, infra, cultuurtechniek en transport volgt HZC de sector op de voet en vindt steeds meer aansluiting bij ontwikkelingen die gaande zijn om deze te innoveren. Dat is mooi om van dichtbij mee te maken. Ik ben nu een jaar in functie en ben verrast door de mooiheid en veelzijdigheid van onze branche. Het is echt een boeiende wereld, waarin veel gebeurt. Het is een uitdagende tijd, onrustig ook. Routine en stabiliteit leiden doorgaans tot kwaliteit. De complexheid die nu heerst, maakt het voor iedereen lastig om het werk goed te doen. Het is onze missie om de kwaliteit en continuïteit van werk en inkomen te garanderen voor onze achterban. Het gaat hierbij niet louter om inkomen en beloningscomponenten, maar ook om zaken als werkbeleving, veiligheid en gezondheid. Hoe is op locatie een en ander georganiseerd? Is de veiligheid niet in het geding? Zijn zaken geoptimaliseerd met betrekking tot comfort en ergonomie?
Met veiligheid bedoel ik ook sociale veiligheid; elkaar durven aanspreken op onveilig gedrag. Dat moet breed gedragen worden. Iedereen vindt veiligheid belangrijk, maar is daar op een eigen manier mee bezig. Het wordt tijd om de opgedane kennis te delen en van elkaar te leren. Op die manier kunnen er grotere stappen worden gezet. Dat sluit ook goed aan bij onze slogan: Samen = beter voor jou! In navolging van onze Praatcafés bij bedrijven wil HZC in het najaar een grote ronde tafel organiseren om te komen tot een betere onderlinge afstemming. Er is sprake van een zekere afstand tussen beleid en regels enerzijds en uitvoering dan wel opvolging anderzijds. Dat heeft ook te maken met een bepaalde houding en cultuur binnen de branche. Ik ben dertien jaar manager van een opleidingsinstituut geweest en weet daardoor dat een andere aanpak nodig is om houding en gedrag te veranderen dan om kennis en vaardigheden aan te leren.
Een ander belangrijk thema is het milieu. We worden in een houdgreep gehouden door stikstofregels, uitstootberekeningen en Natura2000-gebieden. Er is een enorme pot geld beschikbaar van 24 miljard euro om de transitie te versnellen, maar onduidelijk is hoe dit bedrag doelmatig besteed gaat worden. Bouwbedrijven maken zich zorgen of de continuïteit van het werk niet in het geding is en daarmee de toekomst van hun personeel. Dat remt het investeringsklimaat, terwijl er op alle niveau in de bouw sprake is van digitalisering. Machines worden steeds meer computergestuurd. Werken met schermen vergt andere competenties van de machinist. Digitalisering biedt absoluut kansen om de instroom van jongeren te vergroten, het maakt de sector leuker en interessanter. Omgaan met nieuwe technieken betekent vaak meer met het hoofd werken dan met de handen. Natuurlijk blijft het wel omgaan met materieel, dus dat vergt altijd een bepaalde handvaardigheid en vooral vakmanschap.
Aan de andere kant kan het de instroom ook bemoeilijken. Naast het kunnen werken met computers, blijven standaard skills van toepassing en moet de machinist een bepaald praktijkgevoel ontwikkelen. Vakmanschap is key. Een fundamentele oplossing kan zijn het automatiseren en mechaniseren van werk. Vroeger waren we daar als vakbond fel tegen gekant, maar nu is het dé richting waar we ons als branche in moeten ontwikkelen om de werkdruk en -belasting te verlagen. Denk daarbij aan de metselrobot of betonprinter. Er kan al veel en is vooral een zaak voor aannemers om te beslissen om te investeren. Die drempel lijkt – mede ingegeven door onzekerheid – voor veel bedrijven nog te hoog. We hopen in ieder geval een constructieve bijdrage te kunnen leveren aan deze discussie. HZC laat steeds vaker zien vanuit kennis en informatie waarde toe te voegen om de sector waar we allemaal van houden vooruit te helpen.