De eeuwenoude Grebbedijk tussen Wageningen en Rhenen staat aan de vooravond van een complexe versterkingsopgave die gepaard gaat met een toekomstgerichte gebiedsontwikkeling. Hoewel de dijk met een lengte van 5,5 kilometer relatief kort is, is hij heel belangrijk voor het waarborgen van de waterveiligheid. Wanneer de dijk doorbreekt, zijn de gevolgen enorm en kan het water reiken tot aan Amersfoort. Het project is daarom met landelijke prioriteit opgenomen in het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP). Op 31 oktober 2025 ondertekenden aannemers Boskalis Nederland en Wetering samen met Waterschap Vallei en Veluwe het contract voor de uitvoering van de gebiedsontwikkeling Grebbedijk. Iv werkt samen met het consortium het integrale ontwerp uit.

In 2017 zijn er nieuwe normen voor waterveiligheid in de Waterwet opgenomen. Deze nieuwe veiligheidsnormen kijken niet alleen naar de sterkte van de dijk zelf, maar ook naar de mogelijke schade bij een dijkdoorbraak. In 2017 beoordeelde Waterschap Vallei en Veluwe opnieuw dat de Grebbedijk niet voldeed aan de huidige eisen voor waterveiligheid. Met dit project wordt de dijk op een duurzame en toekomstbestendige manier versterkt, zodat hij weer voldoet aan de wettelijke veiligheidsnorm en ook in de toekomst bescherming kan bieden tegen hoge waterstanden in de Nederrijn.
De gebiedsontwikkeling is in meerdere opzichten bijzonder en complex. Waterveiligheid en de dijkversterkingsopgave staat centraal, maar de kans om de omliggende natuur te versterken en het gebied aantrekkelijker te maken voor recreatie wordt tevens benut. Dit omvat uitdagende onderdelen zoals de sloop van de Witte Sluis (een oude uitwateringssluis), het inpassen van langsconstructies en ophogingen vlakbij monumentale panden zoals het Dijkmagazijn, de Rijnschans en het Dijkstoelhuis, en het ontwerpen van een KRW-geul voor de KRW-maatregelen (Kaderrichtlijn Water). In de KRW is vastgelegd dat water een goed leefgebied moet zijn voor de planten en soorten die er thuishoren.
Bij de versterking van de Grebbedijk is de ruimte beperkt, vooral nabij bebouwing en monumenten. We engineeren nieuwe langsconstructies, zoals stalen damwanden, waarbij we nauwkeurig rekenen en kunnen bepalen welk type, lengte, sterkte en locatie. Ook bestaande constructies in de dijk worden grondig geanalyseerd om te zorgen dat ze voldoen aan de veiligheidseisen voor zichtjaar 2075.
In het landelijke gebied is de uitdaging de steunberm in te passen, zodat deze zo goed mogelijk de ambities binnen het ruimtelijk kwaliteitskader benadert. Voor het faalmechanisme piping (het ontstaan van zandmeevoerende wellen) gaat het ontwerpteam aan de slag met de afweging tot de best passende (verticale) oplossing: een heavescherm, een verticaal zanddicht geotextiel, een grofzand barrière of een kunststof filterscherm.

Het uitgangspunt bij de uitvoering van dit project is om te zorgen voor een duurzame dijk, met zo min mogelijk milieu-impact tijdens de bouw en het onderhoud. De dijk wordt zo circulair mogelijk aangelegd. Innovaties spelen hierin een belangrijke rol. Zo hebben innovaties in het voortraject ertoe geleid dat de hoogteopgave aanzienlijk kon worden teruggebracht. Vanuit duurzaamheidsoogpunt wordt zoveel mogelijk bestaand materiaal in het gebied hergebruikt zoals grond, damwanden en grasbekleding. Tevens wordt een heiproef uitgevoerd om vooraf te bepalen wat de beste uitvoeringsmethode is op het gebied van hinder (trillingen en geluid) voor omgeving. Resultaten van de proef worden integraal meegenomen in het ontwerp, en waar nodig worden andere uitvoeringsmethodes gekozen om hinder voor omgeving zo veel mogelijk te beperken.

Met het gunnen van de uitvoering van dit project aan het consortium Boskalis en Wetering (combinatie Konikswaard), is de eerste stap in de uitvoeringsfase gezet. De komende periode worden het integrale ontwerp en het uitvoeringsontwerp uitgewerkt. De werkzaamheden buiten starten begin 2027. Het streven is om het project uiterlijk in 2030 op te leveren.