Organisaties die veiligheid serieus nemen, hebben er een extra instrument bij. VCA-MAX is door de Governance Code Veiligheid in de Bouw erkend als bewijsmiddel voor het aantonen van niveau 3 binnen veiligheid in aanbestedingen (ViA). Dat is volgens Laurens Seinhorst van Aboma Consultancy goed nieuws, vooral ook voor mkb-bedrijven.
De erkenning volgt nadat VCA, uitgebreid met de module gedrag (VCA-MAX), door onafhankelijke kennisinstituten is beoordeeld. “Daarbij is vastgesteld dat het systeem voldoende borging biedt om aan te sluiten bij de eisen van veiligheidscultuur niveau 3”, zegt Laurens die direct een kanttekening plaatst. “In de geactualiseerde Handreiking Veiligheid in Aanbesteding (versie juni 2026) staat vermeld dat VCA-MAX als bewijslast wordt geaccepteerd voor mkb-bedrijven tot 250 medewerkers.

De vraag die nu het vaakst aan Aboma wordt gesteld, luidt: moeten we kiezen voor VCA-MAX of de Safety Culture Ladder? “Dat is eigenlijk de verkeerde vraag”, zegt Laurens. “Veel belangrijker is: waar wil je als organisatie naartoe en welke eisen stellen je opdrachtgevers? Pas daarna kies je het instrument dat daar het beste bij past. Voor veel mkb-bedrijven die al met VCA werken, vormt VCA-MAX een logische vervolgstap. Het bestaande veiligheidssysteem wordt uitgebreid met extra aandacht voor leiderschap, veiligheidsgesprekken, gedragsaspecten en het actief betrekken van medewerkers. Organisaties die juist willen doorgroeien naar een hogere volwassenheid in veiligheidscultuur of opdrachtgevers bedienen die op specifieke opdrachten minimaal niveau 4 verlangen, zoals ProRail, adviseren we de Safety Culture Ladder te volgen. Daar geeft VCA-MAX geen invulling aan.”
De erkenning van VCA-MAX sluit volgens Laurens naadloos aan bij de gewijzigde Arbowet. “Sinds 1 juli is artikel 12 uitgebreid, waardoor werkgevers medewerkers nadrukkelijker moeten betrekken bij risico-inventarisaties, beleid en besluitvorming”, zegt hij. “Daarmee verschuift de aandacht steeds verder van uitsluitend technische en organisatorische maatregelen naar menselijk gedrag, leiderschap en een lerende veiligheidscultuur.” Volgens Laurens is dat precies waar de sector naartoe beweegt. “De discussie zou niet moeten gaan over welk instrument het beste is. Met de erkenning ontstaat er meer ruimte om een veiligheidsaanpak te kiezen die past bij de organisatie. Uiteindelijk draait veiligheid immers niet om een certificaat aan de muur, maar om een cultuur waarin mensen elkaar iedere dag helpen om veilig, gezond én met plezier weer naar huis te gaan.”