Behalve grootschalig onderhoud aan bruggen, sluizen, tunnels en viaducten kampt Rijswaterstaat met nog een uitdaging. Duizenden stalen portalen boven de snelwegen naderen het einde van hun oorspronkelijke levensduur. Er wordt nadrukkelijk gekeken naar hergebruik van bestaande portalen. Dit biedt kansen voor de markt, maar stelt ook hoge eisen aan kennis, uitvoering en verantwoordelijkheid.
Een belangrijk uitgangspunt is dat veel portalen destijds zijn ontworpen en gerealiseerd volgens de VDC 2005-standaard. Dit betekent dat de toegepaste onderdelen, waaronder liggerbuizen, kopplaten en diagonalen, evenals de constructieve opbouw, goed gedocumenteerd en traceerbaar zijn. Deze uniformiteit vormt de basis voor herinzet. Naar verwachting zullen duizenden portalen de komende jaren van de weg worden gehaald, beoordeeld en waar mogelijk opnieuw ingezet.
Het proces begint met een grondige inspectie. Hierbij wordt vastgesteld of een portaal daadwerkelijk volgens de geldende standaard is gebouwd. Afmetingen, materiaaldiktes en verbindingen worden gecontroleerd. Portalen die niet voldoen of van oudere generaties zijn, komen in principe niet in aanmerking voor hergebruik. Voor geschikte portalen volgt een intensief traject van demontage, conservering en herstel.
Na demontage worden portalen gestraald en opnieuw geïnspecteerd. Eventuele gebreken, zoals vervormde diagonalen of onvolkomenheden in lassen, worden hersteld volgens de huidige normen. Dit vereist specialistische kennis: lassen moeten opnieuw worden gekwalificeerd en alle aanpassingen moeten aantoonbaar voldoen aan de actuele eisen. Vervolgens worden niet-destructieve onderzoeken uitgevoerd en krijgt het portaal een nieuw conserveringssysteem. Bij correcte uitvoering kan de levensduur met circa 40 jaar worden verlengd.
Hergebruik van portalen is geen eenvoudige cyclus van ‘demonteren, schilderen en terugplaatsen’. Tijdens demontage kunnen spanningen vrijkomen die invloed hebben op de constructie, zoals zettingen van de onderbouw. Ook kunnen verborgen gebreken aan het licht komen, zoals scheurvorming, vermoeiing of interne corrosie. Dit vraagt om diepgaand inzicht in het gedrag en de opbouw van de constructie. Portalen kunnen eventueel ook worden aangepast aan een nieuwe locatie, bijvoorbeeld door ze in lengte te wijzigen. Dat kan, mits ze binnen de constructieve klasse blijven.
Eisen vanuit Rijkswaterstaat omtrent de inzet van renovatieportalen worden steeds strenger. Niet iedere partij beschikt over de benodigde expertise om deze werkzaamheden uit te voeren. Het volledig begrijpen van het proces – van ontwerp en demontage tot herstel en herplaatsing – is essentieel om risico’s te beheersen. Een gerenoveerd portaal moet weer volledig voldoen aan de oorspronkelijke en actuele eisen.
Het inzetten van renoportalen biedt dus wel degelijk kansen binnen de Nederlandse infrastructuuropgave. Tegelijkertijd vraagt het om een gestandaardiseerde aanpak en een hoog niveau van vakmanschap. Met duidelijke richtlijnen vanuit Rijkswaterstaat en deskundige uitvoering door marktpartijen kan hergebruik een duurzame en verantwoorde oplossing zijn voor de toekomst.
Henk van den Ochtend – Directeur van Birkhoff Staalwerken