Van asfalt naar biodiversiteit
Rijkswaterstaat wordt vooral geassocieerd met civieltechnische aspecten, zoals snelwegen, bruggen en sluizen. Maar de uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beheert ook duizenden hectares groen langs onze snelwegen. Juist ja, de bermen. Die zijn in de eerste plaats ondersteunend aan de snelweg, maar groeien steeds vaker uit tot ‘onverwachte’ natuurparels waar volop ruimte is voor biodiversiteit.
Rijkswaterstaat ontfermt zich traditioneel over beton, staal en asfalt. Maar de afgelopen decennia is er een opmerkelijke verschuiving gaande. De organisatie die Nederland bereikbaar houdt, doet er alles aan om de natuur zoveel mogelijk te beschermen en biodiversiteit te bevorderen. De wegbermen, ooit puur functioneel bedoeld voor verlichting, geleiderails en wegmeubilair, worden nu gezien als waardevolle groene corridors die bijdragen aan de biodiversiteit.

Deze transformatie is nergens zo zichtbaar als in Limburg. Het zuidelijke landschap wijkt sterk af van de rest van Nederland, met de hoogste concentratie biodiversiteit in de bermen. Hier staan eeuwenoude knotbomen en andere monumentale soorten die getuigen van een rijk natuurlijk erfgoed. “Elke tien jaar voeren we een uitgebreide vegetatiekartering uit, die de basis vormt voor een zorgvuldig beheerregime”, vertelt Koen Krowinkel, adviseur landschap en natuur bij Rijkswaterstaat.
Volgens Krowinkel heeft het bermbeheer met name de laatste decennia een ware metamorfose ondergaan. “Zo kiezen we er bewust voor om bermen minder vaak te maaien en vooral op het juiste moment én het maaisel af te voeren. Dus niet vlak voor de zaadzetting.” Deze aanpak werpt zijn vruchten af. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de bloeiende orchideeën langs de A76. “We hebben ze niet ingezaaid. Ze zijn er vanzelf gekomen. Dat is ook onze insteek: de natuur moet zelf zijn werk doen.”

Snelwegen doorsnijden het landschap, maar Rijkswaterstaat werkt hard aan het herstellen van ecologische verbindingen. Faunapassages over en wildtunnels onder snelwegen, ree-insprongen, en zelfs touwen voor eekhoorns aan portalen, het arsenaal aan voorzieningen is divers. “Faunarasters leiden dieren veilig naar deze passages, wat niet alleen de natuur dient maar ook de verkeersveiligheid. Een aanrijding met een ree bij 100 kilometer per uur is te vergelijken met een zwaar ongeval”, geeft Krowinkel als voorbeeld.
“Een faunapassage is als een banket voor wilde dieren”, zegt Krowinkel enthousiast. Monitoring bevestigt dat er veelvuldig gebruik van wordt gemaakt. Toch zijn er uitdagingen. “We worden soms tegengewerkt. Burgers die passages dichtzetten met spijkermatten en prikkeldraad. Een schande, maar het gebeurt wel. En dat mag ook wel eens gezegd worden.” Ook de strijd tegen invasieve exoten, zoals de Japanse duizendknoop, is voor Rijkswaterstaat een dagtaak. “Deze agressieve groeiers bedreigen de inheemse flora en vragen om een consequente aanpak.”
Voor de meeste automobilisten blijft deze groene revolutie onzichtbaar. Wie over de snelweg rijdt, is zich zelden bewust van de natuurlijke rijkdom in de bermen. Maar juist deze onopvallende aanwezigheid maakt het werk van Rijkswaterstaat zo waardevol. Zonder veel ophef draagt de organisatie bij aan een biodiverser Nederland. Wegbermen groeien uit tot onverwachte natuurparels, een groen netwerk dat dwars door Nederland loopt en bewijst dat zelfs langs het asfalt ruimte is voor biodiversiteit. Dat is ook Rijkswaterstaat.