Van lachgas tot PFAS
De watersector staat voor scherpe keuzes. Strengere eisen aan waterkwaliteit, verouderende installaties, beperkingen op het stroomnet door netcongestie en nieuwe risico’s door opkomende stoffen komen tegelijk op ons af. We kunnen dat niet meer ‘wegoptimaliseren’.
Het kennisprogramma van Aqua Nederland op 17, 18 en 19 maart 2026 maakt die nieuwe werkelijkheid concreet. In twee Aqua Theaters worden duidelijke inhoudelijke routes behandeld, die elkaar steeds raken: slimme zuiveringen, procesoptimalisatie, circulariteit en hergebruik (Aqua Theater 1) en slim stedelijk waterbeheer, toekomstbestendige riolering, drinkwater en waterkwaliteit met opkomende stoffen (Aqua Theater 2).
Opvallend is wat je níet ziet: geen parade van losse innovaties om de innovatie. De rode draad is: meten, sturen, kiezen en sneller leren omdat de ruimte in geld, energie en vergunningen kleiner wordt.

In Aqua Theater 1 komt direct een thema op tafel dat lang bijzaak was: lachgas (2N2O). KWR-onderzoeker Siddharth Seshan laat zien hoe je met geavanceerde monitoring en modellering N2O-emissies op rwzi’s echt kunt beheersen. Lachgas wordt daarmee geen ‘nice to have’ meer, maar een duidelijke prestatie-eis.
Daar sluit een reeks sessies op aan over Digital Twins en data-gedreven sturing (door TAUW & Kruger Veolia). Digitalisering wordt hier niet gepresenteerd als extra dashboard, maar als stuurinstrument voor de dagelijkse operatie. De praktijk komt in beeld met uniforme lachgasdataverwerking in Z-info (Croonwolter&dros & Waterschap Limburg). Door data op dezelfde manier vast te leggen, kun je écht vergelijken, leren en opschalen.
Een tweede lijn in het programma is het maximaal benutten van bestaande assets. Voorbeelden zijn het dynamisch simuleren om de procesvoering van rwzi’s te optimaliseren (Sweco & HHNK) en de levensduurverlenging van RWZI Tiel tot 2040 (TAUW, Sweco & Waterschap Rivierenland). De boodschap is helder: nieuw bouwen is niet altijd de beste of snelste oplossing, zeker niet als vergunningen, kosten, capaciteit en energie knellen.
Op woensdag komt netcongestie nadrukkelijk in beeld. De sessie over RWZI Zwolle (TAUW & Waterschap Drents Overijsselse Delta) laat zien hoe beperkingen op het elektriciteitsnet keuzes in procesvoering en investeringen direct beïnvloeden. Flexibiliteit wordt daarmee een harde randvoorwaarde.
Binnen dezelfde route krijgt circulariteit een realistische invulling. KWR-onderzoeker Emile Cornelissen zoomt in op concentraatmanagement en de keuze tussen lozing en terugwinning. Dat is precies het punt waar veel circulaire ambities botsen op uitvoerbaarheid en reststromen. De WiCE-programmalijn (KWR, Joep van den Broeke) en verdieping op grondstofterugwinning (KWR, Kees Roest) geven context, terwijl een praktijkvoorbeeld als Biocos op RWZI Hattem (Sweco & Waterschap Vallei en Veluwe) laat zien hoe het in de echte wereld uitpakt.

In Aqua Theater 2 verschuift de focus van ‘alleen riolering’ naar het hele stedelijke watersysteem: de impact op ontvangend water en de uitvoerbaarheid van maatregelen in de openbare ruimte. Een sprekend voorbeeld is ‘Rivier De Dommel aan de beademing’ (TAUW & Waterschap De Dommel). Met innovatieve beluchting wordt overstortend rioolwater beter gezuiverd in het kader van de KRW. Dit is systeemdenken in uitvoering: niet alleen aan de voorkant sturen op overstorten, maar ook het ontvangende watersysteem ondersteunen waar de belasting terechtkomt.
Daarnaast komt de asset-realiteit in de stad aan bod. De sessie over de renovatie van het zwevende rioolgemaal West Vlaardingen (1958) (Gemeente Vlaardingen, Strukton, TAUW) gaat niet alleen over techniek. Het gaat over de vraag hoe je unieke, kritieke infrastructuur toekomstbestendig maakt, met aanvaardbare risico’s en beperkte hinder voor de omgeving. Relevant voor iedere beheerder die de komende jaren ‘lastige objecten’ op de planning heeft.
Rondom de waterpijler drinkwater ligt in het programma nadrukkelijk de focus op structurele risico’s. Dinsdag zet KWR de toon met sessies over Legionella (Frank Oesterholt) en betrouwbare detectie en beheersing van Legionella pneumophila in afvalwater (KWR/TKI, Nikki Bel). Dat snijvlak is interessant omdat kwaliteit, volksgezondheid en ketenimpact steeds vaker in dezelfde discussie belanden, zeker wanneer waterstromen en hergebruikconcepten dichter op elkaar komen.
Op woensdag verschuift de aandacht naar energie en bedrijfsvoering. Elektriciteitsvraagsturing in de drinkwatersector (WiCE, KWR samen met Vitens) maakt concreet hoe vraagsturing en leveringszekerheid elkaar beïnvloeden. Opwarming in het drinkwaternet (KWR, Bram Hillebrand) brengt een nog onderbelicht thema op de agenda, met mogelijke gevolgen voor beheer, kwaliteit en risico’s.
De uitvoeringspraktijk komt langs in het project drinkwaterreservoir, pomp- en bedieningsgebouw Beuningen van Vitens (Mobilis), inclusief elektrisch funderen en nieuwbouw. Een sessie voor professionals die de vertaalslag willen maken van onderzoek en beleid naar concreet ontwerp, bouw en beheer.

Donderdag staat proceswater, waterbeschikbaarheid en hergebruik centraal in Aqua Theater 1. KWR-onderzoeker Roberta Hofman-Caris (KWR) behandelt de vraag: waterhergebruik en Kaderrichtlijn Water, match of mismatch? Dit raakt niet alleen techniek, maar ook ecologie, regelgeving en besluitvorming. Wanneer is hergebruik echt verstandig én vergunningstechnisch haalbaar? Kees Roest laat zien hoe waterbesparing en hergebruik in de industrie er in de praktijk uitzien. De onderliggende boodschap: proceswater wordt een strategisch vraagstuk, gedreven door beschikbaarheid, kwaliteit en lozingskaders.
In Aqua Theater 2 sluit het programma af met PFAS, maar dan met focus op inhoud en ontwerp. De sessie van KWR, Martijn van Veggel en Roberta Hofman-Caris over concentratie en verwijdering van PFAS laat zien dat één generieke oplossing niet bestaat. Keuzes over concentreren, verwijderen en omgaan met reststromen hebben directe gevolgen voor betrouwbaarheid, kosten, onderhoud en publieke acceptatie. Daarnaast delen marktpartijen hun ervaringen met PFAS-verwijdering, zodat zichtbaar wordt hoe deze vraagstukken nu al in projecten landen. Verdieping dus, in plaats van alleen alarmerende headlines.